Wist je dit al over de honingbij? 5x verrassende weetjes over de hardste werker van de tuin

Artikel door Romy van der Lingen

1. Vliegen met topsnelheid en loodzware vracht

Wie een honingbij van bloem naar bloem ziet schieten, staat er zelden bij stil wat voor vliegprestaties dit kleine insect levert. Een haalbij bereikt in de lucht een snelheid van wel 25 kilometer per uur, waarbij de vleugels zo’n 200 keer per seconde op en neer slaan. Dit is ook wel nodig, want de actieradius van een volk is groot; de insecten vliegen gerust in een straal van 5 kilometer rondom hun kast om de beste nectar te verzamelen. Het grootste deel blijft overigens het liefst binnen 250 meter, tenzij daar simpelweg niet genoeg te halen valt.

Zodra ze een goede voedselbron hebben gevonden, laden de bijen zichzelf vol. Een honingbij weegt van zichzelf ongeveer 90 milligram, maar transporteert in haar speciale nectarmaag gerust 40 milligram aan vloeistof mee terug naar de korf. Ze vliegt dus door de lucht met een vracht die bijna de helft van haar eigen lichaamsgewicht bedraagt! Dat is te vergelijken met een mens die met een loodzware rugzak een sprint trekt.

2. Van schoonmaker tot bewaker

Het leven binnen de kolonie is strak geregisseerd, en de rol van een werkbij staat niet voor haar hele leven vast. Naargelang haar leeftijd doorloopt een werkster een indrukwekkend carrièrepad:

  • De eerste dagen: de jonge bij start haar loopbaan in de facilitaire dienst; ze begint direct als schoonmaker om de bijenwoning spik en span te houden.
  • Vanaf dag 6: ze promoveert tot babysitter en krijgt de verantwoordelijkheid over het voeden en verzorgen van de jonge larven.
  • Rond dag 13: ze schoolt zich om tot metselaar om te helpen bouwen aan de raten, of ze bemant de ingang van de korf als bewaker.
  • Vanaf dag 20: pas in de laatste fase van haar leven krijgt de bij de status van voedselverzamelaar – de haalbij – en vliegt ze definitief uit om nectar te halen.

Tijdens het hoogseizoen leeft een werkbij gemiddeld slechts zes weken. In die korte, intensieve periode produceert ze alles bij elkaar ongeveer één theelepel honing. Om een grotere pot van 500 gram te vullen, is dan ook de levenskracht van duizenden bijen nodig. Dat maakt echte natuurhoning pas echt waardevol.

3. Verschillende bijenrassen

Van oorsprong is de zwarte honingbij inheems in onze streken, al vind je deze in zijn meest pure vorm tegenwoordig alleen nog op Texel. Op het vasteland en bij de meeste imkers zie je tegenwoordig vooral de Carnica en de Buckfastbij rondvliegen. Imkers kiezen specifiek voor deze rassen vanwege hun uiterst zachtaardige karakter. Ze zijn rustig op de raat en zullen niet snel steken, wat ze heel geschikt maakt voor bijenkorven in de buurt van erven en dorpskernen.

4. De dynamiek van de korf

Terwijl de tienduizenden werksters de kast draaiende houden, is de rol van de weinige mannetjes – de darren – een stuk minder glorieus. Ze hebben een kortere tong waarmee ze zelf geen nectar kunnen zuigen, helpen niet mee met de bouw en voeden de larven niet. Hun enige doel is het bevruchten van de koningin tijdens een hectische paringsvlucht. De weinige darren die overleven en zich niet voortplanten, worden aan het einde van de zomer hardhandig door de werksters de kast uitgezet, waarna ze buiten sterven door ondervoeding.

De koningin zelf kent daarentegen een moordend schema. Zij legt op haar piek tot wel 2.000 eitjes per dag om het volk op sterkte te houden. Zodra er een nieuwe koningin wordt geboren, moet de jonge troonopvolger direct haar rivalen uitschakelen om de alleenheerschappij op te eisen. Wordt de oude koningin onvruchtbaar, dan stoppen de werksters simpelweg met voeren en sterft ze de hongerdood.

5. Onmisbaar voor het ecosysteem

De bijdrage van honingbijen, solitaire bijen en hommels aan ons ecosysteem is onmisbaar. Meer dan 75% van alle belangrijke voedingsgewassen is voor de productie direct afhankelijk van de bestuiving door insecten. Zonder dit vliegwerk zouden de schappen in de supermarkt er akelig leeg uitzien. Niet alleen vers fruit zoals peren, bramen en frambozen verdwijnt dan van het menu, maar ook alledaagse groenten als paprika’s en avocado’s kunnen niet zonder de bij. Zelfs bij producten in gesloten verpakkingen staan we er zelden bij stil dat de basis in de natuur wordt gelegd: denk maar aan je dagelijkse kop koffie, een fles zonnebloemolie of de mosterd in de koelkast.

Naast deze enorme bijdrage aan onze voedselvoorziening vervullen honingbijen ook een belangrijke signaalfunctie voor de leefomgeving. Je kunt ze zien als een natuurlijke indicator voor de algehele gezondheid van ons milieu. Zodra er iets uit balans raakt in het ecosysteem, vertaalt zich dat direct in de stand van de bijenvolken. Een gezonde, diverse omgeving met voldoende bloemen en nectarbronnen is dan ook niet alleen noodzakelijk voor de bijen zelf, maar uiteindelijk belangrijk voor ons eigen voortbestaan.